Heb jij wel eens buikpijn …. van het lachen?

Weet je nog wanneer je voor het laatst schaterde van het lachen? Voel je nog wat het met je deed, met je lichaam en je geest? Kun je je nog herinneren hoe aanstekelijk dat was voor je omgeving? Zeker weten dat je je stukken beter voelde. Lachen is immers goed en gezond. Lachen laat je stralen, versterkt je gevoel van eigenwaarde, verminderd dat kritische zelfbeeld, verlaagt de stress en verhoogt het gevoel van geluk en hapiness. Een goedkoper en effectiever medicijn bestaat er niet!

Buikpijn van het lachen

Daarom vind ik het zo mooi dat de lach momenteel aan alle kanten ook wetenschappelijk wordt bestudeerd. Uit recent onderzoek komt een aantal feiten naar voren die we diep van binnen eigenlijk al lang weten:

Lachende mensen

  • zijn gezonder
  • zijn socialer en hebben hechtere vriendschappen
  • zijn ontspannender
  • hebben meer succes in hun leven en carrière

Lachen

  • vermindert de stress en verhoogt de weerstand van het lichaam
  • doet het bloed sneller pompen, waardoor ook de hersenen meer zuurstof krijgen en je concentratie-, leer- en adaptieve vermogens toenemen
  • verhoogt de adrenaline, waardoor je alerter en creatiever bent

 

Een bulderende lach, van diep onderuit je buik, waarbij je letterlijk buikpijn van het lachen krijgt, dat is de ideale lach.

Een paar minuten van een dergelijke lach per dag staat gelijk aan 10 minuten intensief roeien.

 

Als je zo naar de lach kijkt, zijn wij als volwassenen eigenlijk heel vreemd bezig: We doen er alles aan om een kind te laten lachen, we kietelen het, trekken gekke bekken, maken vreemde bewegingen, huren clowns in enz. enz. De lach van een kind is gemeend, authentiek en aanstekelijk. En dat juist vinden wij als volwassenen zo leuk. Een kind lacht gemiddeld 20 keer meer dan een volwassene. En zodra we volwassen zijn ‘mag’ er blijkbaar niet meer gelachen worden. Dan ben je niet serieus en professioneel bezig, dan doe je je werk niet goed en ‘ben je jezelf’ niet!!! Let maar eens op het vele commentaar op onze goedlachse Minister President Mark Rutte. Het gezegde is niet voor niets: Een dag zonder lach is een dag niet geleefd. Lachen moet, lachen is goed. Iedere dag weer!!

 

 

Een voorbeeld uit mijn praktijk

Als coach zat ik een keer bij een oersaaie, serieuze, verplichte, wekelijkse vergadering. Ik zag de meeste aanwezigen met de ogen knipperen, vechtend tegen slaapaanvallen. Een enkeling greep nog maar eens naar de koffiekan in de hoop dat de cafeïne zijn verkwikkende werk deed. De voorzitter ging onverdroten verder met zijn verhaal. Ik merkte dat niemand echt betrokken was bij het onderwerp. Brutaal heb ik ingegrepen en de vergadering laten schorsen. “We gaan even 5 minuten lachen”, gaf ik nonchalant aan. Groot protest van de voorzitter, die zo abrupt was onderbroken; Commentaar van de meerderheid, die half slapend op de klok keek en zachtjes mompelden: “Nu gaat het nog langer duren”. Slechts een paar mensen grinnikten en keken nieuwsgierig de kamer rond, benieuwd hoe deze interventie zich zou ontwikkelen. Ik besefte dat ik een gedurfde ingreep had gepleegd, maar moest nu wel doorzetten. Nadat het meeste gemopper wel gedaan was, zijn we begonnen. Hoe je uiteindelijk kunt lachen beschrijf ik in onderstaande oefening. We hebben uiteindelijk geruime tijd werkelijk gebulderd van het lachen. Gelachen om niets en om onszelf. Na ongeveer 10 minuten waren we uitgelachen en vervolgde de voorzitter zijn vergadering. Iedereen was ontspannen en aanwezig, het hoofd was leeg en de vergadering werd veel aantrekkelijker. Bij de rondvraag werd de suggestie gedaan om in het vervolg altijd een dergelijk ‘intermezzo’ op de agenda te zetten. Glimlachend werd deze suggestie aangenomen.

 

Een leuke oefening

Ik heb nog een leuke, eenvoudige oefening, die je in je eentje kunt doen, in alle beslotenheid, of juist in een groep (tijdens vergadering, presentatie, werkoverleg, workshop, client-event, feestje, training, op je werkplek of gewoon op een familiebijeenkomst). Eigenlijk kan het op elke plaats en op elk tijdstip. En altijd met succes.

Ga met alle aanwezigen staan. Zorg ervoor dat iedereen gemakkelijk staat en genoeg ruimte om zich heen heeft. Concentreer je en laat je lichaam lekker ontspannen. Rol je hoofd zachtjes rond. Schut je armen losjes langs je lichaam en leg vervolgens je handen op je onderbuik (daar waar straks de buikpijn begint). Adem een aantal keren diep in en terwijl je inademt trek je je schouders hoog op, tot aan je oren. Bij het rustig uitademen begin je te lachen: “ha-ha-ha-ha”. Kijk nu één van de aanwezigen eens indringend aan. Je begint al te lachen om dit zotte gedoe! In eerste instantie zal die lach nog wat gekunsteld aanvoelen, maar lach door!!! Houd je handen op de buik. Je zult merken dat iedereen zich steeds vrijer gaat voelen en dat de lach intenser wordt. Zorg dat die lach van diep onder uit je buik komt. Het schuddebuiken is begonnen. Het gaat nu helemaal vanzelf. Het gaat bij iederéén vanzelf en de ruimte vult zich met diepe, bulderende lachen. Alleen dat al is zo aanstekelijk. Je voelt de buikpijn komen, maar stoppen met lachen lukt niet meer.

Ik weet dat je nu, alleen al bij het lezen van deze oefening, een glimlach op je gezicht hebt. Leuk hè, en je hebt de oefening nog niet eens gedaan. Probeer het maar. Succes verzekerd. Ik wens je veel ‘buikpijn’ en ik ben erg benieuwd naar je ervaringen. Laat het mij vooral weten

Zonder context geen bewijs. Over de illusie van evidence-based practice in de zorg!

Zonder context geen bewijs.‘Hét bewijs als basis voor goede zorg is een illusie. Voor goede, patiëntgerichte zorg zijn naast externe kennis ook andere kennisbronnen nodig: klinische expertise, lokale kennis, kennis afkomstig van patiënten, kennis van de context – de leefomstandigheden en voorkeuren van patiënten, de setting waarin zorg plaatsvindt – en van de waarden die in het geding zijn.’ Dit zegt de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) die daarom pleit voor ‘context-based practice’ in plaats van ‘evidence-based practice’. Deze stellingname biedt meer kansen voor integrale en complementaire zorg.

Onder leiding van dr. Willem-Jan Meerding, senior adviseur bij de RVS is in de afgelopen jaren onderzoek gedaan en zijn aanbevelingen opgesteld.

De evidence-based benadering is al geruime tijd onderwerp van discussie en er zijn in de loop der jaren ook vele stappen gezet om de methoden van onderzoek te verfijnen en te differentiëren en de bewijsvoering te nuanceren. Met dit advies wil de Raad een stap verder gaan en de misvattingen en tekortkomingen in meer fundamentele zin aan de orde stellen. Als de dagelijkse realiteit van zorg en welzijn vele gezichten kent is zoeken naar eenduidig bewijs een illusie en een onterechte simplificatie van wat goede zorg is.

Lees het gehele originele bericht van RVS.

Download het rapport

 

Vaker burn-out of overspannen door werk!

Steeds vaker melden mensen zich met overspannenheid of een burn-out bij de bedrijfsarts. Volgens de laatste meting uit 2016 valt ruim 40 procent van alle meldingen in de categorie psychische beroepsziekte en het aantal blijft toenemen.

Dit blijkt uit ‘Kerncijfers Beroepsziekten 2017’ van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten / Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid van het Academisch Medisch Centrum (AMC), dat gisteren is verschenen.

In 2016 zijn 6.270 meldingen van beroepsziekten geregistreerd in de Nationale Beroepsziekteregistratie. De meeste beroepsziekten komen voor bij mannen en bij werknemers boven de 45. Beroepsziekten leiden in 70 procent van de gevallen tot tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid.

In de Nationale Beroepsziektenregistratie 2016 meldden 863 bedrijfsartsen 6270 beroepsziekten. Van hen neemt een aantal deel aan het Peilstation Intensief Melden (PIM). Omdat zij melden hoeveel werknemers zij verzorgen, kan vanuit deze groep het aantal nieuwe beroepsziekten per jaar worden berekend.

Bedrijfsartsen uit het PIM rapporteerden 161 nieuwe gevallen van alle beroepsziekten per 100 duizend werknemers, waarmee het aantal werkenden met een nieuwe beroepsziekte wordt geschat op ruim elfduizend werknemers. De vijf economische sectoren met de hoogste beroepsziekten zijn: bouwnijverheid, vervoer en opslag, financiën, industrie en gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening.

Het aandeel psychische beroepsziekten is 42 procent van alle meldingen. Het gaat vooral om overspannenheid en burn-out. Daarnaast werden veel beroepsziekten van het bewegingsapparaat (27 procent) en gehoor (22 procent) gemeld. De meeste beroepsziekten komen voor bij mannen (64 procent ) en bij werknemers van 45 jaar en ouder (67 procent). Bij tweederde deel van de werknemers met een beroepsziekte is sprake van tijdelijke arbeidsongeschiktheid en bij 6 procent van blijvende (gedeeltelijke) arbeidsongeschikt door de beroepsziekte.

bron: AMC / NCvB 18 september 2017

Maaike: ‘Bijna elke nacht lag ik wakker in bed’!

Aan het woord is een van de cliënten van ICMC De Bron. Om redenen van privacy noemen we haar Maaike.

Hoe het erin is geslopen, weet ik niet meer. ’s Avonds ga je naar bed en uren later word je ’s ochtends weer wakker… Tenminste: zo zou het moeten gaan. Maar zo ging het lange tijd niet. Ongeveer twee jaar geleden gebeurde het dat ik maar moeilijk in slaap kon komen, en als ik dan een tijdje sliep, werd ik vaak midden in de nacht weer wakker. Heel vervelend, want ik moest ’s ochtends wel weer naar m’n werk. Waarom overkwam mij dit nou?

Bijna elke nacht lag ik wakker!

Eerst was het eens in de week dat ik slaapproblemen had, maar op een gegeven moment was het bijna elke nacht raak. Kwam het door stress of iets anders? Ik weet het niet, maar ik vond het belangrijker dat ik weer gewoon kon slapen! Op mijn werk gingen ze het ook aan me zien: wallen onder mijn ogen, en ik was heel vaak afwezig. Figuurlijk dan. Maar ik ging ook steeds slechter functioneren.
Op een gegeven moment hakte ik de knoop door: zó kon het toch niet langer?

Je kunt natuurlijk pillen krijgen tegen slapeloosheid, maar ik wilde eigenlijk liever niet op een chemische manier van mijn probleem af komen. En zulke medicijnen schijnen ook veel vervelende bijwerkingen te hebben.

Na wat zoeken op internet zag ik ergens informatie over ICMC De Bron. Daar worden allerlei reguliere en comple­ mentaire behandelingen aangeboden. Dat leek mij wel wat, en ik heb een afspraak gemaakt voor een intakege­ sprek. In dat gespek heb ik uitgelegd wat eraan scheelde, en daarna werd er een behandelplan gemaakt, waarbij verschillende specialisten mij zouden gaan helpen.

Uit één van de onderzoeken bleek dat ik een voedsel­ intolerantie heb, en er kwam ook naar voren dat ik te hard werkte. Ik ging een paar verschillende dingen doen om de oorzaak van mijn moeheid aan te pakken, zoals het aanpassen van mijn eten en het ondergaan van acupunctuurbehandelingen.

Al snel ging ik me beter voelen. Ik merkte voor het eerst in tijden dat ik de nacht ervoor gewoon goed geslapen had. Gewoon zoals het hoort eigenlijk.

Na een paar consulten en behandelingen was ik echt weer helemaal de oude. Ik heb nu veel meer energie overdag, en ’s avonds slaap ik weer gewoon in zonder midden in
de nacht wakker te worden. Heerlijk!

Complementaire interventies hebben de voorkeur bij lage rugpijn

Complementaire interventies bij lage rugpijnHet American College of Physicians (ACP), de Amerikaanse nationale organisatie van internisten (en de grootste medisch-specialistische organisatie in de VS), heeft recent een klinische richtlijn gepubliceerd voor de behandeling van lage rugpijn.

Het ACP doet in deze medische richtlijn in principe een drietal aanbevelingen:

  1. Bij acute of sub-acute pijn: gebruik van hitte, massage, acupunctuur of chiropractie/osteopathie.
  2. Bij chronische pijn: begin met non-farmacologische behandeling, zoals beweging, acupunctuur, mindfulness-based
  3. Pas als patiënten met chronische lage rugpijn niet voldoende reageren op deze non-farmacologische interventies, kan medicatie worden ingezet.

Ook al is de evidence nog niet altijd even sterk, toch kiest deze belangrijke medische organisatie ervoor om eerst non-invasieve complementaire interventies aan te bevelen.

Lees het volledige (amerikaanse) artikel.

Bowen therapie heeft effect bij baby-koliek

Als een baby koliekpijn heeft, dan huilt hij of zij lange tijd aan één stuk, meestal rond dezelfde tijd. De beentjes worden opgetrokken en de baby lijkt veel pijn te hebben.

De oorzaak is niet eenduidig. Mogelijk spelen een niet volledig ontwikkeld spijsverteringssysteem, voeding, antibiotica, onrust in het gezin of een traumatische geboorte een rol.
Wat we wel weten is dat Bowen therapie al heel veel baby’s met koliekpijn heeft kunnen helpen. Diverse Bowen praktijken hebben deze ervaring en een therapeute in Australië deed in 2015/2016 onderzoek naar Bowentherapie bij 170 baby’s met koliekpijn. Van deze populatie waren 86 baby’s met een keizersnee geboren, 92 baby’s kregen medicatie tegen de koliek, 136 baby’s werden met de borst gevoed, 29 kregen flesvoeding en 5 kregen beide. De meeste baby’s ontvingen 1-3 Bowen behandelingen, 1/5 van de groep kreeg 5 of 6 behandelingen.

Resultaten

De resultaten waren erg positief:

  • 106 baby’s (63%) herstelden volledig van de koliek;
  • 41 baby’s (24%) herstelden zeer goed;
  • 12 baby’s (7%) vertoonden tijdelijke verbetering;
  • 11 baby’s (6%) ondervonden geen verbetering.

De meeste baby’s die weinig tot geen effect van Bowen ondervonden kregen borstvoeding en/of waren via een keizersnee geboren en/of kregen medicatie. Mogelijk spelen deze factoren een rol bij het behandelen van koliekpijn met Bowen therapie.

Uit dit onderzoek blijkt dat Bowen een effectieve behandeling is bij koliekpijn. En omdat het een natuurlijke, milde en niet-medicamenteuze therapie is zou het de eerste behandeloptie moeten zijn bij koliekpijn.

Meer weten?

Voor meer informatie of een afspraak kunt je contact opnemen met Willemijn Hornsveld.

Integrale zorgaanpak effectief voor patiënten met chronische gewrichtsklachten

Tussen 2011 en 2015 deed het Louis Bolk Instituut (een internationaal kennis- en onderzoeksinstituut) onderzoek naar de effectiviteit van een integrale zorgaanpak. Bij integrale zorg is ruimte voor complementaire zorg, naast reguliere zorg. Die aanpak is getoetst in het project Proeftuin Integrative Medicine.

Een integrale zorgaanpak, waarin ruimte is voor het bespreken en volgen van complementaire behandelingen naast reguliere zorg, leidt tot een significante verbetering van het lichamelijk functioneren bij patiënten met chronische gewrichtsklachten. Dit blijkt uit onderzoek onder deze doelgroep, uitgevoerd vanuit het project Proeftuin Integrative Medicine.

Daarnaast hebben borgverzekeraars, patiënten, complementaire behandelaars en huisartsen gezamenlijk aanbevelingen geformuleerd voor het effectief en veilig inzetten van complementaire en alternatieve (of CAM-) behandelwijzen in de Nederlandse gezondheidszorg.

Beter lichamelijk functioneren en vitaliteit

Bijna 100 patiënten die lijden aan chronische pijn aan het bewegingsapparaat en 13 huisartsenpraktijken uit de regio’s Amsterdam en Groningen hebben deelgenomen aan het onderzoek. De ene helft van de patiënten heeft de optie van complementaire behandelingen besproken met de huisarts en een passende behandeling gevolgd bij een complementaire (of: CAM-) behandelaar. De patiënten uit de controlegroep bleven bij hun eerdere reguliere behandeling. Ondanks een lager aantal deelnemers dan gepland konden onderzoekers van het Louis Bolk Instituut een aantal significante verschillen constateren tussen beide groepen. Bij de groep met complementaire behandeling bleek de kwaliteit van leven verbeterd te zijn: dankzij de integrale zorgaanpak scoorden bij hen lichamelijk functioneren en vitaliteit significant beter dan bij de controlegroep. De meest toegepaste complementaire behandelingen waren acupunctuur en osteopathie.

Doel en opzet van het onderzoek

Het onderzoek Proeftuin Integrative Medicine (2011-2015) had ten eerste tot doel regulier werkende huisartsen een gestructureerde gespreksleidraad te bieden voor het bespreken van complementaire behandelwijzen bij patiënten die aan chronische gewrichtspijn lijden. Uit eerder onderzoek is namelijk bekend dat een aantal chronische patiënten hun toevlucht neemt tot dergelijke behandelingen, zonder dit met de huisarts te bespreken. Met zogenoemde ‘evidence-cards’ konden huisartsen adviseren over wetenschappelijk verantwoorde behandelwijzen, en met ‘social-cards’ kon een betrouwbare acupuncturist of osteopaat gevonden worden. Huisartsen gaven aan dat de gespreksleidraad nuttig was. Het tweede doel was meten of de aanvullende behandeling zou leiden tot verbetering van de kwaliteit van leven bij patiënten.

Vervolgonderzoek nodig

De onderzoekers vinden vervolgonderzoek op zijn plaats, om te achterhalen of de geconstateerde verbetering te danken is aan de therapie, of aan de hernieuwde aandacht voor de klachten van de patiënt.

Meer samenwerking nodig tussen huisarts en complementaire behandelaar

Tijdens de afsluitende projectbijeenkomst eind september in Amsterdam hebben afgevaardigden van de gehele zorgketen, van zorgverzekeraars, CAM-behandelaars, huisartsen tot patiënten, aanbevelingen geformuleerd voor betere geïntegreerde zorg in Nederland. Zo pleitten zij voor meer samenwerking tussen complementair en regulier werkende medische professionals. Ook bijscholing is een aandachtspunt: zowel voor huisartsen, zodat zij vertrouwd raken met complementaire behandelwijzen, als voor complementair behandelaars, zodat zij behandelresultaten beter terugkoppelen aan de huisarts.

Meer informatie

De samenvatting met de conclusies en aanbevelingen uit dit project is te downloaden. Het onderzoeksproject is gefinancierd vanuit het Fonds PGO en uitgevoerd door vertegenwoordigers van het Patiënten Platform Complementaire Gezondheidszorg (PPCG), het Van Praag Instituut, Zorgbelang Groningen en het Louis Bolk Instituut. De onderzoeksresultaten publiceert het Louis Bolk Instituut in de loop van 2016 in wetenschappelijke tijdschriften.

Workshop Herstellen na Sepsis

Sepsis en DaarnaHebt u een sepsis (bloedvergiftiging) doorgemaakt en loopt u tegen allerlei klachten aan? Deze workshop biedt u actuele informatie en praktische handreikingen die echt een verschil kunnen maken bij het herstel. De workshop wordt gehouden bij ICMC De Bron. Kijk voor actuele data op de agenda van ICMC De Bron.

Sepsis, in de volksmond bekend als bloedvergiftiging, is een ingrijpende aandoening. Het herstel kan veelomvattend zijn. Misschien tobt u met grote vermoeidheid, een slechte weerstand, concentratieproblemen of misschien de reacties van uw omgeving. De gevolgen van sepsis zijn echter onder het publiek en soms ook onder professionals onbekend, waardoor ex-sepsis patiënten zich behoorlijk alleen kunnen voelen met hun klachten. Dat willen wij doorbreken met deze workshop.

De workshop is bedoeld voor iedereen die korter of langer geleden een sepsis heeft doorgemaakt, met of zonder intensive care-opname. In al deze gevallen bent u van harte welkom. Deze workshop wil u op weg helpen met deskundige uitleg, tips en gelegenheid voor uitwisseling.

Kijk voor meer informatie op: https://www.sepsis-en-daarna.nl/workshop-herstellen-na-sepsis/. U vindt daar ook de folder met de details over de inhoud, kosten, etc.

Aanmelding en kosten

Voor deelname dient u zich vooraf in te schrijven.
U bent ook welkom met al uw vragen!
Maar natuurlijk kunt u ook bellen, met Idelette Nutma, tel: 06-41271004

Aan de workshop zijn kosten verbonden. Zie: https://www.sepsis-en-daarna.nl/workshop-herstellen-na-sepsis/.

Idelette Nutma

De workshop wordt gegeven door Idelette Nutma.

Na het doormaken van een septische shock in 2007 heeft Idelette Nutma, oud-verpleegkundige, zich toegelegd op het thema nazorg na sepsis en intensive care. In 2012 bracht zij het boek Septische shock uit en richtte Sepsis en daarna op. Van daaruit biedt zij ervaringsdeskundige begeleiding en voorlichting, doet advieswerk en geeft regelmatig lezingen. Ook is zij mede-initiatiefnemer van opeenicliggen.nl, kerngroeplid van de stichting Family and patient Centered Intensive Care, en werkte zij mee aan een tweetal uitzendingen van Kruispunt. Recent, in september 2016 kwam haar nieuwe boek, Sepsis en daarna, uit.