Hè, Burn-out na mijn vakantie?

Vakantie! Je komt terug van een vakantie; heerlijk en helemaal uitgerust! Nou, nee. Niet als je daarvoor al op je wenkbrauwen liep. Burn-out komt na een vakantie juist best vaak voor. Maar hoe kán dat? 

Uit gegevens van de brancheorganisatie van arbodiensten, outplacementbureaus, loopbaancoaches en re-integratiebedrijven blijkt dat burn-out en andere klachten ná de vakantie vaker voorkomen. Je zou – als je niet beter weet- denken dat iemand tijdens de vakantie juist alle tijd en ruimte heeft gehad om uit te rusten, weer energie op te bouwen en fris aan het werk te gaan. En dat is meestal ook het geval. Mensen die niet extreem uitgeput en gestrest zijn, komen als herboren terug van vakantie. Maar dat geldt niet voor diegenen die vóór de vakantie al behoorlijk op hun tenen liepen.

Burn-out na mijn vakantie?

Redenen

Ik wil hier 2 belangrijke redenen noemen. Helaas zijn er ook andere oorzaken te noemen, maar deze groepen dragen sterk bij aan een burn-out na je vakantie

1. De effecten van stress op het lichaam

In een stressvolle situatie zet ons brein een tweetal systemen in werking. Hersenen interpreteren stress als gevaar. Dat verklaart ook de reacties die op (langdurige en extreme) stress ontstaan.

a. Vecht- of vluchtreactie

Het eerste is een vecht- of vluchtreactie, in gang gezet door het limbische systeem (het reptielenbrein). Ons lichaam komt in een opperste staat van paraatheid, klaar om welke uitdaging dan ook aan te gaan. Je spieren spannen aan, je bloeddruk en hartslag stijgen. Je kunt zelfs hyperventileren. Je pupillen gaan zich verwijden, je spijsvertering gaat op een laag pitje zodat alle bloed en energie naar de organen kunnen. Je gaat transpireren, om je ‘oververhitte’ lichaam af te koelen. Ook komen er stoffen vrij waardoor je vrijwel geen pijn en vermoeidheid voelt, zodat je hoe dan ook aan het ‘gevaar’ kunt ontkomen. De bijniermerg en de hersenen produceren adrenaline en noradrenaline.

b. Productie van cortisol

Een tweede systeem dat in werking treedt, in de productie van het (stress-)hormoon cortisol door de bijnieren, in ‘opdracht’ van de hypofyse. Cortisol zorgt ervoor dat de bloedsuikerspiegel stijgt en de stofwisseling versnelt. Cortisol heeft ook de functie om de schadelijke effecten van de adrenaline te beperken. Als stress te lang aanhoudt, worden zowel een te hoge adrenaline- als cortisolniveau schadelijk en zelfs ziekmakend.
Een langdurig hoog cortisolniveau maakt de hippocampus minder gevoelig, waardoor de cortisolproductie nog meer toeneemt. Te hoge cortisolspiegels leiden onder andere tot geheugen- en concentratieproblemen, neerslachtigheid, slaapklachten, verminderde weerstand en chronische vermoeidheid.

Het teveel aan adrenaline blijft nog dagenlang in het bloed. Hoe hoger de stress, hoe meer de adrenaline zich opstapelt, zonder dat het afgebroken kan worden. En omdat adrenaline aanzet tot actie, voel je de vermoeidheid niet. Als je op vakantie gaat, heb je een behoorlijke overdosis adrenaline in je bloed. Ook al doe je niet zo veel meer, beschouwt je lichaam het steeds verder toegenomen adrenalineniveau als normaal, waardoor het zelfs in ruststand zich klaarmaakt om te vluchten of te vechten. Je klachten verdwijnen dus niet door een paar weken vakantie en je blijft je moe voelen. Sterker nog: de moeheid manifesteert zich nu pas in zijn volle omvang, omdat je de afleiding van ‘druk, druk, druk, presteren, presteren, presteren’ niet meer hebt.

2. De ontmaskering van de valse hoop

Mensen die burn-out raken, plegen jarenlang roofbouw op hun lichaam. Deels gebeurt dit onbewust (je staat er niet bij stil) en deels bewust (het doel heiligt de middelen, dus ga je maar door, ook al merk je dat je moe bent en allerlei klachten hebt). Voordat mensen burn-out raken proberen ze hun roofbouw te ‘neutraliseren’ met de weekenden, af en toe een snipperdag of een ziekmelding en – daar wordt alle hoop op gevestigd – de zomervakantie. ‘Als ik maar een paar weken uit kan rusten, dan komt daarna alles weer goed’.

Dit is een valse hoop, totaal in strijd met de realiteit. Je kunt overgewicht ook niet oplossen met een paar dagen op dieet gaan. Net zo min kunt een langdurig opgebouwde uitputting gladstrijken met een paar weken vakantie. De onderkenning van deze waarheid – in combinatie met je lichaam die als het ware dienst weigert – leidt tot instorten. Het gaat niet meer.

Wat nu te doen?

“Dat is leuk om over burn-out na mijn vakantie te schrijven, maar wat moet ik doen?” zult u zich afvragen. Nou, als u er echt iets aan wil doen is het antwoord overduidelijk, klip en klaar!! Twee essentieel stappen:

a. Onderken het probleem

Voor vele mensen met een burn-out is het waanzinnig lastig om het probleem te onderkennen. Het is ‘not-done’, het overkomt mij toch immers niet?, ik ben toch immers geen zwakkeling, integendeel, ik was altijd de sterkste!.  Zolang je het probleem niet onderkent en de klachten negeert, verandert er niets en blijf je worstelen met de situatie. Het wordt op den duur alleen maar erger.

b. Zoek professionele hulp

Ook dat klinkt in jouw oren weer erg ‘soft’. Maar zonder professionele hulp ga je het niet redden, dat heb je zelf eigenlijk ook wel ervaren (of je nu wilde of niet). Bij ICMC De Bron pakken wij deze klachten bij de bron aan. In een uitgekiend multidisciplinair programma, voor jou op maat gemaakt.

In eerste instantie werken wij aan een betere lichamelijke balans en conditie, waardoor je al snel meer energie krijgt en jij al lekkerder ‘in je vel’ zit. Want, als jij je prettiger voelt en meer rust en balans ervaart kun je je beter richten op de onderliggende, innerlijke oorzaken van de burn-out. Pas in het tweede deel van het programma ligt de nadruk veel meer bij het herstellen van de psychische balans. We begeleiden je bij het herkennen en wegnemen van belemmerende patronen en oorzaken van jouw burn-out. Bovendien leer je te luisteren naar je lichaam en krijg je ‘tips and tricks’ om op tijd je rust te pakken en afstand te nemen.

Door eerst te ‘investeren’ in een betere lichamelijke balans gaat het tweede deel van het programma intensiever, maar ook sneller. Het totale traject duurt daarmee dan ook korter dan iedere andere aanpak. Het programma is bovendien volledig gericht op een herstel dat echt duurzaam is.

 

Hoesten tot 160 km per uur

De huidige griepepidemie duurt maar voort en vele mensen liggen met koorts, in combinatie met hoesten, loopneus, keelpijn, hoofdpijn of spierpijn in bed. Heel vervelend en goede hygiëne (handen wassen en verschonen), goed blijven eten en vooral drinken, veel slapen en dus gewoon ‘uitzieken’ lijken vaak de enige remedie. Beterschap!

Je voelt je al ellendig en het hoesten lijkt de zaak alleen maar pijnlijker en erger te maken. Om je keel te sparen probeer je het hoesten uit te stellen, maar de prikkel in je keel staat dat niet toe!

Maar wat gebeurt er bij het hoesten, wat moet je doen en wat zijn de tips?

Hoesten en schrapen van de keel zijn reacties van ons lichaam om slijm en stofdeeltjes te verwijderen om zo de keel, de longen en de luchtwegen schoon te houden. Dit is natuurlijk nodig als je verkouden bent of een griep te pakken hebt.

Hoestreflex

Als je hoest, spannen de buikspieren zich aan. Vervolgens worden de stembanden met veel spanning dicht gezet waardoor de druk in de longen wordt verhoogd. Daarna ontsnapt de lucht met een fikse kracht (=hoestreflex) en daarbij openen en sluiten de stembanden zich met een flinke klap. Een hoestreflex is krachtig; met 120 tot 160 kilometer per uur wordt lucht naar buiten geperst.

Op die manier  komen stof- en/of slijm- deeltjes los en verlaten langs de stembanden en via de mond het lichaam.
 Omdat slijm wel heel hardnekkig vast kan blijven zitten moet je een paar keer achter elkaar hoesten met als gevolg dat het slijmvlies van de stembanden geïrriteerd achter blijft.

Sommige mensen hebben blijvend last van slijm of een droog, kriebel-gevoel. Ze proberen dat weg te krijgen door hun keel te schrapen, want dat is een manier om de slijmvliezen langs elkaar te wrijven en de boel wat vochtiger te maken.

Door de keel te schrapen laat je de stembanden langzaam en continue zwaar trillen om zo slijm los te maken. Deze zware trilling is slecht voor de stembanden. Bovendien drogen de stemplooien dan uit doordat de uitstromende lucht ze droog blaast zodat de slijmvliezen weer extra hard aan het werk gaan om te zorgen dat de stembanden snel weer vochtig worden….door nog maar eens te schapen. Zie hier de vicieuze cirkel waarin je terecht komt!

Prikkeling van de slijmvliezen kan komen door :
  • een infectie. Door bijvoorbeeld verkoudheid, griep en bronchitis zwellen de slijmvliezen op en vormen extra slijm, dat door hoesten wordt afgevoerd: natte hoest.
  • verontreinigingen in de lucht. Bijvoorbeeld sigarettenrook en stof: droge hoest.

De slijmvliezen van de longen zijn bedekt met trilhaartjes, die slijm en stof afvoeren. Door roken worden de trilhaartjes kapot gemaakt, waardoor het slijm in de longen achterblijft en gaat irriteren. Door die prikkeling ontstaat het bekende rokershoestje, waardoor de slijmvliezen steeds meer geïrriteerd raken.

Niet hoesten en schrapen dan maar?

Het lichaam wil slijm en prikkeling kwijt. Dus niet schrapen of de hoest even “inslikken” lijken even te werken, maar heel snel komt de drang om te hoesten of te schrapen toch weer terug.

Tips:
  • Veel water, thee drinken;
  • Stomen met zout, kamille, thigh of salie in het water;
  • Neusspoelen met NaCl 0,9%;
  • Pastilles om op te zuigen met kamille, tijm of salie (eucalyptus kan erg prikkelen);
  • Eventueel codeïne om prikkel te dempen;
  • Ontspanningsoefeningen specifiek voor de keelspieren want bij chronisch schrapen is deze spierspanning constant veel te hoog hetgeen weer een trigger is om nog maar eens te schrapen;
  • ………..stoppen met roken??? Is maar een suggestie!!

Wij zoeken een GZ-psycholoog

Ben jij een zelfstandig gevestigde GZ-Psycholoog met een groot hart voor de integratieve gezondheidszorg?

Wil jij de kwaliteit van leven van volwassen cliënten verbeteren?

Wil jij in een multidisciplinaire werkomgeving samenwerken met een betrokken en professioneel team?

Dan ben jij misschien onze nieuwe collega in Integratief Medisch Centrum ICMC De Bron.

Je bent
  • GZ-psycholoog;
  • BIG geregistreerd;
  • integer, empathisch en communicatief vaardig;
  • minimaal 3 jaar werkzaam als (GZ-)psycholoog.
We verwachten dat je
  • volledig zelfstandig basaal psycho-diagnostisch onderzoek kan uitvoeren;
  • volledig zelfstandig kan behandelen;
  • in een multidisciplinair team kunt samenwerken;
  • nauwkeurig verslag legt en terugkoppelt aan het behandelteam;
  • ruime kennis en ervaring hebt op gebied van cognitieve gedragstherapie en EMDR;
  • affiniteit hebt met arbeidsgerelateerde klachten;
  • affiniteit hebt met integratieve gezondheidszorg.
Wij bieden
  • een dynamische multidisciplinaire werkomgeving;
  • een betrokken, ambitieus en professioneel team;
  • ruimte voor je eigen agenda;
  • respect voor je zelfstandigheid en professionaliteit;
  • …………

Heb je interesse of vragen?
Neem dan contact op met André ten Have, directeur ICMC De Bron
telefoon: 070-2117722
email: andre@icmcdebron.nl

Heb jij wel eens buikpijn …. van het lachen?

Weet je nog wanneer je voor het laatst schaterde van het lachen? Voel je nog wat het met je deed, met je lichaam en je geest? Kun je je nog herinneren hoe aanstekelijk dat was voor je omgeving? Zeker weten dat je je stukken beter voelde. Lachen is immers goed en gezond. Lachen laat je stralen, versterkt je gevoel van eigenwaarde, verminderd dat kritische zelfbeeld, verlaagt de stress en verhoogt het gevoel van geluk en hapiness. Een goedkoper en effectiever medicijn bestaat er niet!

Buikpijn van het lachen

Daarom vind ik het zo mooi dat de lach momenteel aan alle kanten ook wetenschappelijk wordt bestudeerd. Uit recent onderzoek komt een aantal feiten naar voren die we diep van binnen eigenlijk al lang weten:

Lachende mensen

  • zijn gezonder
  • zijn socialer en hebben hechtere vriendschappen
  • zijn ontspannender
  • hebben meer succes in hun leven en carrière

Lachen

  • vermindert de stress en verhoogt de weerstand van het lichaam
  • doet het bloed sneller pompen, waardoor ook de hersenen meer zuurstof krijgen en je concentratie-, leer- en adaptieve vermogens toenemen
  • verhoogt de adrenaline, waardoor je alerter en creatiever bent

 

Een bulderende lach, van diep onderuit je buik, waarbij je letterlijk buikpijn van het lachen krijgt, dat is de ideale lach.

Een paar minuten van een dergelijke lach per dag staat gelijk aan 10 minuten intensief roeien.

 

Als je zo naar de lach kijkt, zijn wij als volwassenen eigenlijk heel vreemd bezig: We doen er alles aan om een kind te laten lachen, we kietelen het, trekken gekke bekken, maken vreemde bewegingen, huren clowns in enz. enz. De lach van een kind is gemeend, authentiek en aanstekelijk. En dat juist vinden wij als volwassenen zo leuk. Een kind lacht gemiddeld 20 keer meer dan een volwassene. En zodra we volwassen zijn ‘mag’ er blijkbaar niet meer gelachen worden. Dan ben je niet serieus en professioneel bezig, dan doe je je werk niet goed en ‘ben je jezelf’ niet!!! Let maar eens op het vele commentaar op onze goedlachse Minister President Mark Rutte. Het gezegde is niet voor niets: Een dag zonder lach is een dag niet geleefd. Lachen moet, lachen is goed. Iedere dag weer!!

 

 

Een voorbeeld uit mijn praktijk

Als coach zat ik een keer bij een oersaaie, serieuze, verplichte, wekelijkse vergadering. Ik zag de meeste aanwezigen met de ogen knipperen, vechtend tegen slaapaanvallen. Een enkeling greep nog maar eens naar de koffiekan in de hoop dat de cafeïne zijn verkwikkende werk deed. De voorzitter ging onverdroten verder met zijn verhaal. Ik merkte dat niemand echt betrokken was bij het onderwerp. Brutaal heb ik ingegrepen en de vergadering laten schorsen. “We gaan even 5 minuten lachen”, gaf ik nonchalant aan. Groot protest van de voorzitter, die zo abrupt was onderbroken; Commentaar van de meerderheid, die half slapend op de klok keek en zachtjes mompelden: “Nu gaat het nog langer duren”. Slechts een paar mensen grinnikten en keken nieuwsgierig de kamer rond, benieuwd hoe deze interventie zich zou ontwikkelen. Ik besefte dat ik een gedurfde ingreep had gepleegd, maar moest nu wel doorzetten. Nadat het meeste gemopper wel gedaan was, zijn we begonnen. Hoe je uiteindelijk kunt lachen beschrijf ik in onderstaande oefening. We hebben uiteindelijk geruime tijd werkelijk gebulderd van het lachen. Gelachen om niets en om onszelf. Na ongeveer 10 minuten waren we uitgelachen en vervolgde de voorzitter zijn vergadering. Iedereen was ontspannen en aanwezig, het hoofd was leeg en de vergadering werd veel aantrekkelijker. Bij de rondvraag werd de suggestie gedaan om in het vervolg altijd een dergelijk ‘intermezzo’ op de agenda te zetten. Glimlachend werd deze suggestie aangenomen.

 

Een leuke oefening

Ik heb nog een leuke, eenvoudige oefening, die je in je eentje kunt doen, in alle beslotenheid, of juist in een groep (tijdens vergadering, presentatie, werkoverleg, workshop, client-event, feestje, training, op je werkplek of gewoon op een familiebijeenkomst). Eigenlijk kan het op elke plaats en op elk tijdstip. En altijd met succes.

Ga met alle aanwezigen staan. Zorg ervoor dat iedereen gemakkelijk staat en genoeg ruimte om zich heen heeft. Concentreer je en laat je lichaam lekker ontspannen. Rol je hoofd zachtjes rond. Schut je armen losjes langs je lichaam en leg vervolgens je handen op je onderbuik (daar waar straks de buikpijn begint). Adem een aantal keren diep in en terwijl je inademt trek je je schouders hoog op, tot aan je oren. Bij het rustig uitademen begin je te lachen: “ha-ha-ha-ha”. Kijk nu één van de aanwezigen eens indringend aan. Je begint al te lachen om dit zotte gedoe! In eerste instantie zal die lach nog wat gekunsteld aanvoelen, maar lach door!!! Houd je handen op de buik. Je zult merken dat iedereen zich steeds vrijer gaat voelen en dat de lach intenser wordt. Zorg dat die lach van diep onder uit je buik komt. Het schuddebuiken is begonnen. Het gaat nu helemaal vanzelf. Het gaat bij iederéén vanzelf en de ruimte vult zich met diepe, bulderende lachen. Alleen dat al is zo aanstekelijk. Je voelt de buikpijn komen, maar stoppen met lachen lukt niet meer.

Ik weet dat je nu, alleen al bij het lezen van deze oefening, een glimlach op je gezicht hebt. Leuk hè, en je hebt de oefening nog niet eens gedaan. Probeer het maar. Succes verzekerd. Ik wens je veel ‘buikpijn’ en ik ben erg benieuwd naar je ervaringen. Laat het mij vooral weten

Zonder context geen bewijs. Over de illusie van evidence-based practice in de zorg!

Zonder context geen bewijs.‘Hét bewijs als basis voor goede zorg is een illusie. Voor goede, patiëntgerichte zorg zijn naast externe kennis ook andere kennisbronnen nodig: klinische expertise, lokale kennis, kennis afkomstig van patiënten, kennis van de context – de leefomstandigheden en voorkeuren van patiënten, de setting waarin zorg plaatsvindt – en van de waarden die in het geding zijn.’ Dit zegt de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) die daarom pleit voor ‘context-based practice’ in plaats van ‘evidence-based practice’. Deze stellingname biedt meer kansen voor integrale en complementaire zorg.

Onder leiding van dr. Willem-Jan Meerding, senior adviseur bij de RVS is in de afgelopen jaren onderzoek gedaan en zijn aanbevelingen opgesteld.

De evidence-based benadering is al geruime tijd onderwerp van discussie en er zijn in de loop der jaren ook vele stappen gezet om de methoden van onderzoek te verfijnen en te differentiëren en de bewijsvoering te nuanceren. Met dit advies wil de Raad een stap verder gaan en de misvattingen en tekortkomingen in meer fundamentele zin aan de orde stellen. Als de dagelijkse realiteit van zorg en welzijn vele gezichten kent is zoeken naar eenduidig bewijs een illusie en een onterechte simplificatie van wat goede zorg is.

Lees het gehele originele bericht van RVS.

Download het rapport

 

Vaker burn-out of overspannen door werk!

Steeds vaker melden mensen zich met overspannenheid of een burn-out bij de bedrijfsarts. Volgens de laatste meting uit 2016 valt ruim 40 procent van alle meldingen in de categorie psychische beroepsziekte en het aantal blijft toenemen.

Dit blijkt uit ‘Kerncijfers Beroepsziekten 2017’ van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten / Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid van het Academisch Medisch Centrum (AMC), dat gisteren is verschenen.

In 2016 zijn 6.270 meldingen van beroepsziekten geregistreerd in de Nationale Beroepsziekteregistratie. De meeste beroepsziekten komen voor bij mannen en bij werknemers boven de 45. Beroepsziekten leiden in 70 procent van de gevallen tot tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid.

In de Nationale Beroepsziektenregistratie 2016 meldden 863 bedrijfsartsen 6270 beroepsziekten. Van hen neemt een aantal deel aan het Peilstation Intensief Melden (PIM). Omdat zij melden hoeveel werknemers zij verzorgen, kan vanuit deze groep het aantal nieuwe beroepsziekten per jaar worden berekend.

Bedrijfsartsen uit het PIM rapporteerden 161 nieuwe gevallen van alle beroepsziekten per 100 duizend werknemers, waarmee het aantal werkenden met een nieuwe beroepsziekte wordt geschat op ruim elfduizend werknemers. De vijf economische sectoren met de hoogste beroepsziekten zijn: bouwnijverheid, vervoer en opslag, financiën, industrie en gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening.

Het aandeel psychische beroepsziekten is 42 procent van alle meldingen. Het gaat vooral om overspannenheid en burn-out. Daarnaast werden veel beroepsziekten van het bewegingsapparaat (27 procent) en gehoor (22 procent) gemeld. De meeste beroepsziekten komen voor bij mannen (64 procent ) en bij werknemers van 45 jaar en ouder (67 procent). Bij tweederde deel van de werknemers met een beroepsziekte is sprake van tijdelijke arbeidsongeschiktheid en bij 6 procent van blijvende (gedeeltelijke) arbeidsongeschikt door de beroepsziekte.

bron: AMC / NCvB 18 september 2017

Maaike: ‘Bijna elke nacht lag ik wakker in bed’!

Aan het woord is een van de cliënten van ICMC De Bron. Om redenen van privacy noemen we haar Maaike.

Hoe het erin is geslopen, weet ik niet meer. ’s Avonds ga je naar bed en uren later word je ’s ochtends weer wakker… Tenminste: zo zou het moeten gaan. Maar zo ging het lange tijd niet. Ongeveer twee jaar geleden gebeurde het dat ik maar moeilijk in slaap kon komen, en als ik dan een tijdje sliep, werd ik vaak midden in de nacht weer wakker. Heel vervelend, want ik moest ’s ochtends wel weer naar m’n werk. Waarom overkwam mij dit nou?

Bijna elke nacht lag ik wakker!

Eerst was het eens in de week dat ik slaapproblemen had, maar op een gegeven moment was het bijna elke nacht raak. Kwam het door stress of iets anders? Ik weet het niet, maar ik vond het belangrijker dat ik weer gewoon kon slapen! Op mijn werk gingen ze het ook aan me zien: wallen onder mijn ogen, en ik was heel vaak afwezig. Figuurlijk dan. Maar ik ging ook steeds slechter functioneren.
Op een gegeven moment hakte ik de knoop door: zó kon het toch niet langer?

Je kunt natuurlijk pillen krijgen tegen slapeloosheid, maar ik wilde eigenlijk liever niet op een chemische manier van mijn probleem af komen. En zulke medicijnen schijnen ook veel vervelende bijwerkingen te hebben.

Na wat zoeken op internet zag ik ergens informatie over ICMC De Bron. Daar worden allerlei reguliere en comple­ mentaire behandelingen aangeboden. Dat leek mij wel wat, en ik heb een afspraak gemaakt voor een intakege­ sprek. In dat gespek heb ik uitgelegd wat eraan scheelde, en daarna werd er een behandelplan gemaakt, waarbij verschillende specialisten mij zouden gaan helpen.

Uit één van de onderzoeken bleek dat ik een voedsel­ intolerantie heb, en er kwam ook naar voren dat ik te hard werkte. Ik ging een paar verschillende dingen doen om de oorzaak van mijn moeheid aan te pakken, zoals het aanpassen van mijn eten en het ondergaan van acupunctuurbehandelingen.

Al snel ging ik me beter voelen. Ik merkte voor het eerst in tijden dat ik de nacht ervoor gewoon goed geslapen had. Gewoon zoals het hoort eigenlijk.

Na een paar consulten en behandelingen was ik echt weer helemaal de oude. Ik heb nu veel meer energie overdag, en ’s avonds slaap ik weer gewoon in zonder midden in
de nacht wakker te worden. Heerlijk!

Complementaire interventies hebben de voorkeur bij lage rugpijn

Complementaire interventies bij lage rugpijnHet American College of Physicians (ACP), de Amerikaanse nationale organisatie van internisten (en de grootste medisch-specialistische organisatie in de VS), heeft recent een klinische richtlijn gepubliceerd voor de behandeling van lage rugpijn.

Het ACP doet in deze medische richtlijn in principe een drietal aanbevelingen:

  1. Bij acute of sub-acute pijn: gebruik van hitte, massage, acupunctuur of chiropractie/osteopathie.
  2. Bij chronische pijn: begin met non-farmacologische behandeling, zoals beweging, acupunctuur, mindfulness-based
  3. Pas als patiënten met chronische lage rugpijn niet voldoende reageren op deze non-farmacologische interventies, kan medicatie worden ingezet.

Ook al is de evidence nog niet altijd even sterk, toch kiest deze belangrijke medische organisatie ervoor om eerst non-invasieve complementaire interventies aan te bevelen.

Lees het volledige (amerikaanse) artikel.

Bowen therapie heeft effect bij baby-koliek

Als een baby koliekpijn heeft, dan huilt hij of zij lange tijd aan één stuk, meestal rond dezelfde tijd. De beentjes worden opgetrokken en de baby lijkt veel pijn te hebben.

De oorzaak is niet eenduidig. Mogelijk spelen een niet volledig ontwikkeld spijsverteringssysteem, voeding, antibiotica, onrust in het gezin of een traumatische geboorte een rol.
Wat we wel weten is dat Bowen therapie al heel veel baby’s met koliekpijn heeft kunnen helpen. Diverse Bowen praktijken hebben deze ervaring en een therapeute in Australië deed in 2015/2016 onderzoek naar Bowentherapie bij 170 baby’s met koliekpijn. Van deze populatie waren 86 baby’s met een keizersnee geboren, 92 baby’s kregen medicatie tegen de koliek, 136 baby’s werden met de borst gevoed, 29 kregen flesvoeding en 5 kregen beide. De meeste baby’s ontvingen 1-3 Bowen behandelingen, 1/5 van de groep kreeg 5 of 6 behandelingen.

Resultaten

De resultaten waren erg positief:

  • 106 baby’s (63%) herstelden volledig van de koliek;
  • 41 baby’s (24%) herstelden zeer goed;
  • 12 baby’s (7%) vertoonden tijdelijke verbetering;
  • 11 baby’s (6%) ondervonden geen verbetering.

De meeste baby’s die weinig tot geen effect van Bowen ondervonden kregen borstvoeding en/of waren via een keizersnee geboren en/of kregen medicatie. Mogelijk spelen deze factoren een rol bij het behandelen van koliekpijn met Bowen therapie.

Uit dit onderzoek blijkt dat Bowen een effectieve behandeling is bij koliekpijn. En omdat het een natuurlijke, milde en niet-medicamenteuze therapie is zou het de eerste behandeloptie moeten zijn bij koliekpijn.

Meer weten?

Voor meer informatie of een afspraak kunt je contact opnemen met Willemijn Hornsveld.

Integrale zorgaanpak effectief voor patiënten met chronische gewrichtsklachten

Tussen 2011 en 2015 deed het Louis Bolk Instituut (een internationaal kennis- en onderzoeksinstituut) onderzoek naar de effectiviteit van een integrale zorgaanpak. Bij integrale zorg is ruimte voor complementaire zorg, naast reguliere zorg. Die aanpak is getoetst in het project Proeftuin Integrative Medicine.

Een integrale zorgaanpak, waarin ruimte is voor het bespreken en volgen van complementaire behandelingen naast reguliere zorg, leidt tot een significante verbetering van het lichamelijk functioneren bij patiënten met chronische gewrichtsklachten. Dit blijkt uit onderzoek onder deze doelgroep, uitgevoerd vanuit het project Proeftuin Integrative Medicine.

Daarnaast hebben borgverzekeraars, patiënten, complementaire behandelaars en huisartsen gezamenlijk aanbevelingen geformuleerd voor het effectief en veilig inzetten van complementaire en alternatieve (of CAM-) behandelwijzen in de Nederlandse gezondheidszorg.

Beter lichamelijk functioneren en vitaliteit

Bijna 100 patiënten die lijden aan chronische pijn aan het bewegingsapparaat en 13 huisartsenpraktijken uit de regio’s Amsterdam en Groningen hebben deelgenomen aan het onderzoek. De ene helft van de patiënten heeft de optie van complementaire behandelingen besproken met de huisarts en een passende behandeling gevolgd bij een complementaire (of: CAM-) behandelaar. De patiënten uit de controlegroep bleven bij hun eerdere reguliere behandeling. Ondanks een lager aantal deelnemers dan gepland konden onderzoekers van het Louis Bolk Instituut een aantal significante verschillen constateren tussen beide groepen. Bij de groep met complementaire behandeling bleek de kwaliteit van leven verbeterd te zijn: dankzij de integrale zorgaanpak scoorden bij hen lichamelijk functioneren en vitaliteit significant beter dan bij de controlegroep. De meest toegepaste complementaire behandelingen waren acupunctuur en osteopathie.

Doel en opzet van het onderzoek

Het onderzoek Proeftuin Integrative Medicine (2011-2015) had ten eerste tot doel regulier werkende huisartsen een gestructureerde gespreksleidraad te bieden voor het bespreken van complementaire behandelwijzen bij patiënten die aan chronische gewrichtspijn lijden. Uit eerder onderzoek is namelijk bekend dat een aantal chronische patiënten hun toevlucht neemt tot dergelijke behandelingen, zonder dit met de huisarts te bespreken. Met zogenoemde ‘evidence-cards’ konden huisartsen adviseren over wetenschappelijk verantwoorde behandelwijzen, en met ‘social-cards’ kon een betrouwbare acupuncturist of osteopaat gevonden worden. Huisartsen gaven aan dat de gespreksleidraad nuttig was. Het tweede doel was meten of de aanvullende behandeling zou leiden tot verbetering van de kwaliteit van leven bij patiënten.

Vervolgonderzoek nodig

De onderzoekers vinden vervolgonderzoek op zijn plaats, om te achterhalen of de geconstateerde verbetering te danken is aan de therapie, of aan de hernieuwde aandacht voor de klachten van de patiënt.

Meer samenwerking nodig tussen huisarts en complementaire behandelaar

Tijdens de afsluitende projectbijeenkomst eind september in Amsterdam hebben afgevaardigden van de gehele zorgketen, van zorgverzekeraars, CAM-behandelaars, huisartsen tot patiënten, aanbevelingen geformuleerd voor betere geïntegreerde zorg in Nederland. Zo pleitten zij voor meer samenwerking tussen complementair en regulier werkende medische professionals. Ook bijscholing is een aandachtspunt: zowel voor huisartsen, zodat zij vertrouwd raken met complementaire behandelwijzen, als voor complementair behandelaars, zodat zij behandelresultaten beter terugkoppelen aan de huisarts.

Meer informatie

De samenvatting met de conclusies en aanbevelingen uit dit project is te downloaden. Het onderzoeksproject is gefinancierd vanuit het Fonds PGO en uitgevoerd door vertegenwoordigers van het Patiënten Platform Complementaire Gezondheidszorg (PPCG), het Van Praag Instituut, Zorgbelang Groningen en het Louis Bolk Instituut. De onderzoeksresultaten publiceert het Louis Bolk Instituut in de loop van 2016 in wetenschappelijke tijdschriften.