Depressief van je schildklier

Het gebruik van antidepressiva rijst wereldwijd de pan uit. Daarom onderzocht Celeste McGovern een omstreden psychiatrische opvatting: Onze psychische gezondheid hangt af van onze schildklier, niet van onze hersenen.

Sinds 2000 gebruiken mensen over de hele wereld jaarlijks steeds meer middelen tegen depressie. De meeste antidepressiva worden voorgeschreven in de Verenigde Staten, waar – anders dan in Nederland – publieksreclame voor receptgeneesmiddelen is toegestaan. In een willekeurige maand gebruikt ruim 14 procent van de Amerikaanse bevolking een antidepressivum, waaronder een kwart van alle vrouwen van veertig tot zestig jaar. Het Verenigde Koninkrijk doet het met een zevende plek iets beter, maar klimt ook steeds hoger op de wereldranglijst van antidepressivaverbruikers. In 2014 kregen een op de elf Britten in totaal ongeveer 53 miljoen recepten uitgeschreven, een kwart meer dan drie jaar daarvoor. In Nederland verdriedubbelde het aantal voorschriften tussen 1997 en 2011, en gebruikten in 2011 een kleine 1 miljoen Nederlanders een antidepressivum.

Die zorgwekkende groei van het antidepressivagebruik is ook terug te zien in de kosten van psychofarmaca (geneesmiddelen tegen psychische aandoeningen). Tussen 1985 en 2007 stegen de Amerikaanse uitgaven voor alleen antidepressiva en antipsychotische middelen al met bijna een factor 50 – van 448 miljoen naar ruim 21 miljard euro per jaar. Binnen de Britse zorg stegen de uitgaven in 2014 voor alleen antidepressiva binnen een jaar met 33,6 procent tot 356 miljoen euro. Ook Nederland gaf in 2011 maar liefst 1,6 miljard euro uit aan de zorg voor depressie.

De schuldigen

De wereld lijkt gebukt te gaan onder een epidemie van psychische stoornissen. En steeds vaker wijzen critici met een beschuldigende vinger naar de psychiatrie zelf en de farmaceutische bedrijfstak met zijn marketingmanie voor psychofarmaca. Het recentste kritische geluid komt van Kelly Brogan, een psychiater uit New York, die zich heeft gespecialiseerd in de behandeling van vrouwen. In haar nieuwe boek, A mind of your own (Harper Wave, 2016), levert ze vernietigend commentaar op haar eigen vakgenoten: die verbreiden de geflopte serotoninetheorie over depressie die door de farmaceutische industrie is bedacht, en promoten geneesmiddelen voor de bestrijding van een ‘chemische onbalans’ in de hersenen. Maar ondertussen negeren ze de werkelijke lichamelijke oorzaken van psychische stoornissen.
‘Depressie is geen ziekte,’ zegt Brogan, die een praktijk voor psychiatrie en integratieve holistische geneeskunde heeft in Manhattan, New York. ‘Depressie is een symptoom, een signaal dat er iets in het lichaam uit balans is of ziek, dat moet worden hersteld.’ Als een vrouw gevoelens heeft van depressie, malaise, angst, een verminderd libido en vermoeidheid, dan ligt de werkelijke lichamelijke oorzaak daarvan vaak helemaal niet in haar hersenen, zegt Brogan, maar bij een onopgemerkte, onbehandelde schildklierstoornis. Daarom keurt Brogan het conventionele gebruik van antidepressiva af en benadrukt ze dat de theorie van ‘chemische onbalans’ nooit is bewezen.

Chemische onbalans

Sinds eind jaren tachtig verspreiden geneesmiddelenfabrikanten het verhaal dat een tekort aan bepaalde neurotransmitters, de chemische boodschappers van onze zenuwen, tot depressie leidt. Door een tekort aan neurotransmitters in de synapsen (contactplaatsen tussen zenuwcellen) worden de signalen in de hersenen niet goed overgedragen. De aandacht richt zich vooral op de neurotransmitter serotonine, al krijgen ook andere neurotransmitters de schuld. Bijna iedereen gelooft deze theorie – blijkbaar ook al die artsen die steeds vaker selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI’s) voorschrijven, een belangrijke groep antidepressiva met namen als sertraline (Zoloft) en citalopram (Cipramil).
Maar eigenlijk, zegt Joseph Coyle, neurowetenschapper aan de Harvard Universiteit, ‘is dat idee van chemische onbalans iets uit de vorige eeuw. Het zit veel ingewikkelder in elkaar.
Dat mensen zich door antidepressiva soms beter voelen, lijkt te bevestigen dat een serotoninetekort de oorzaak is. ‘Maar als een middel de symptomen van een ziekte verlicht, betekent dat nog niet dat die symptomen ook worden veroorzaakt door het chemische probleem dat dit middel verhelpt,’ schrijft de Scientific American. ‘Een aspirientje verlicht de hoofdpijn. Maar hoofdpijn wordt niet veroorzaakt door een gebrek aan aspirine.
Als depressie simpelweg een chemische onbalans zou zijn, dan zouden antidepressiva een stuk beter werken dan ze nu doen. Een onderzoek van de Universiteit van Californië, Los Angeles, wees bijvoorbeeld uit dat een derde van de depressieve patiënten zich door antidepressiva niet beter voelde. Van de rest voelde een groot deel zich weliswaar iets beter, maar bleef wel depressief. In een ander Amerikaans onderzoek was 65 procent van de onbehandelde depressieve patiënten binnen drie maanden volledig hersteld. De patiënten die wel antidepressiva gebruikten, hadden daar bijna twee keer zo lang voor nodig.
Ten slotte liet een wereldwijd onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie zien dat patiënten die geen psychofarmaca gebruikten, minder depressieve symptomen hadden en ook minder ernstige symptomen, dan patiënten die wel psychofarmaca namen.

Bijwerkingen

Maar dat is niet wat Brogan de grootste zorgen baart. ‘Van antidepressiva is in langetermijnonderzoek herhaaldelijk aangetoond dat ze het verloop van een psychische aandoening verslechteren – en dan hebben we het nog niet over de bijkomende risico’s op leverschade, bloedingen, gewichtstoename, seksuele problemen en verminderde cognitieve functie’ (verstandelijk functioneren). In 2008 bleek uit onderzoek dat maar liefst 86 procent van de antidepressivagebruikers last had van minimaal één bijwerking.
Wrang genoeg is één beruchte bijwerking van antidepressiva een verhoogd risico op zelfmoord. Er zijn zelfs rechtszaken gevoerd tegen farmaceutische bedrijven die hadden verzwegen dat gebruikers van antidepressiva vaker zelfmoord plegen dan placebogebruikers – iets wat geldt voor alle antidepressiva die sinds 1987 zijn goedgekeurd. Dit verband is zo goed beschreven dat de Amerikaanse gezondheidsautoriteit, de FDA, bedrijven in 2004 heeft verplicht een opvallende waarschuwing in de bijsluiters van antidepressiva te zetten, waarin staat dat ze ‘het risico verhogen op zelfmoordgedachten en -gedrag bij kinderen, tieners en jongvolwassenen’.

Verslavend

‘Het best bewaarde geheim’ van de psychiatrie, zegt Brogan, is dat antidepressiva verslavender zijn dan alcohol en opiaten, en het moeilijker is om ervanaf te komen. De ontwenningsverschijnselen bestaan uit griepachtige symptomen zoals een gevoel van malaise, spierpijn, misselijkheid, duizeligheid, hoofdpijn en soms neurologische verschijnselen (van het zenuwstelsel), zoals een onvaste gang, pijn, brandend of tintelend gevoel bij aanraking van de huid, trillen en draaiduizeligheid.
‘Antidepressiva veroorzaken chemische verstoringen in de hersenen. Dat verandert een nieuwe gebruiker gemakkelijk in een chronische, en bovendien eentje die vaak meerdere geneesmiddelen gebruikt,’ zegt Robert Whitaker, de gelauwerde schrijver van Anatomy of an epidemic (Crown, 2010), over de epidemie van psychische aandoeningen. Psychofarmaca veroorzaken vaak lichamelijke en psychische problemen, wat de weg effent voor het gebruik van meerdere medicijnen.
Kortom: iemand die zich somber voelt, krijgt antidepressiva voorgeschreven, maar heeft dan ook iets nodig om ’s avonds in slaap te vallen.

Andere oorzaak?

Brogan heeft bij honderden patiënten gezien hoe verwoestend dit paradigma kan werken. Daarom vraagt ze vrouwen dringend om uit te zoeken of ze wel echt een psychische ziekte onder de leden hebben, of dat het probleem misschien ergens anders vandaan komt. Zijn er schadelijke stoffen die hun hormoonhuishouding in de war schoppen? Hebben ze baat bij hun voeding of veroorzaakt die juist ontstekingen, wat energie en voedingsstoffen kost? Ligt het aan hun leefstijl en kunnen ze daar misschien iets aan doen?
Hoewel groot verdriet en traumatische ervaringen ons emotioneel uit evenwicht kunnen brengen, zijn we ook toegerust om van zulke levensgebeurtenissen te herstellen. Maar als dat niet lukt, of een depressie ons overvalt, dan moeten we volgens Brogan onze hormonen onder de loep nemen. Het hormoon insuline, dat de bloedsuiker regelt, is belangrijk, maar vooral ook de hormonen van de schildklier – de vlindervormige klier onderaan de hals – die onze stofwisseling regelen en een rol spelen bij onze afweer, ontgifting en verstandelijke vermogens.

Schildklier beïnvloedt brein

Dat de schildklier belangrijk is voor de gezondheid van de hersenen is al ruim een eeuw bekend, vertelt Brogan. Op een bijeenkomst in 1888 legde de Commissie van de Klinische Vereniging in Londen al een verband tussen een te traag werkende schildklier en stoornissen in het verstandelijk functioneren.
In onze hersenen liggen op verschillende plaatsen groepjes receptoren, ‘celantennes’, die gevoelig zijn voor schildklierhormonen. Deze receptoren beïnvloeden de genen die verantwoordelijk zijn voor de aanmaak van myeline en andere eiwitten. En deze zijn weer belangrijk voor de ontwikkeling en werking van de zenuwen. Als er iets mis is met de schildklierhormonen, krijgen patiënten daarom last van allerlei verschijnselen, zoals vermoeidheid, verstopping, haaruitval, depressie, niet helder kunnen denken, koude handen en voeten, en spierpijn.

‘Hoeveel van wat we ‚psychische stoornissen‚ noemen, wordt eigenlijk veroorzaakt door de schildklier?’ vraagt Brogan zich af.
De standaard schildkliertest is die voor het thyroïdstimulerend hormoon (TSH) – dat de schildklier stimuleert schildklierhormonen aan te maken. Het probleem is echter dat een TSH-waarde niet nauwkeurig aangeeft hoe goed de schildklier werkelijk functioneert, zegt Brogan. Uit een Frans onderzoek bleek bijvoorbeeld dat ruim de helft van de patiënten die geen baat hadden bij antidepressiva, normale TSH-waardes had, maar toch te weinig schildklierhormonen. Alleen het TSH testen was dus niet voldoende. In een ander onderzoek had ongeveer een kwart van de depressieve patiënten abnormaal hoge bloedwaardes van het schildklierhormoon thyroxine (T4). Hoe hoger hun T4-waardes waren, hoe ernstiger hun depressie was.
Verder heeft tot wel 20 procent van de depressieve patiënten antistoffen tegen de schildklier. Die duiden op een auto-immuunreactie, een afweerreactie van het eigen immuunsysteem, tegen de schildklier. Van de niet-depressieve mensen heeft maar 5 tot 10 procent zulke auto-antistoffen.
Brogan wijst op zes gerandomiseerde placebogecontroleerde onderzoeken (RCT’s) over patiënten die niet goed op antidepressiva reageren. Als die extra schildklierhormoon kregen, zoals tri-jodothyronine (T3), dan werkten hun antidepressiva wel.

Voeding en stress

Als je een te hard of te traag werkende schildklier beter wilt maken, moet je iets doen aan de signalen die hij van het lichaam krijgt, zegt Brogan. Dat lukt niet door een paar neurotransmitters in de hersenen te corrigeren. Je moet het lichaam juist voorzien van de broodnodige voedzame stoffen om te herstellen, en stressfactoren zoals chemische stoffen uit de omgeving weghalen.

Test uw balans

Met diverse tests kunt u laten uitzoeken of uw lichaam ergens uit balans is en of u risico loopt op een depressie of andere psychische symptomen.
Schildklierhormonen. De schildklierfunctie is essentieel voor uw algehele gezondheid. Toch testen artsen vaak alleen het thyroïdstimulerend hormoon (TSH), waardoor ze allerlei schildklierproblemen over het hoofd kunnen zien. Laat uw schildklierfunctie liever grondiger onderzoeken, zodat mogelijke auto-immuunreacties tegen de schildklier ook aan het licht komen, adviseert Brogan.Gebruik bij klachten geen synthetische schildkliermedicijnen. Brogans advies is om uw voeding aan te passen en uw arts te vragen naar gedroogde schildklierextracten van dieren.

Vitamine B12 is een supermiddel tegen depressie: het beschermt uw hersenen en zenuwstelsel, en regelt uw slaapcyclus, stemming en afweersysteem. De verschijnselen van vitamine B12-tekort kunnen lijken op die van een traag werkende schildklier. Een ernstig tekort kan leiden tot depressie, wanen, geheugenverlies, verlies van reuk en smaak, verwardheid, krimpen van de hersenen, en dementie. Veel mensen hebben een vitamine B12-tekort. Het kan dus de moeite waard zijn om uw huisarts dit te laten testen. Een bloedwaarde onder de 110-150 pmol/l is te laag. Brogan adviseert u naar een waarde van 445 pmol/l of hoger te streven.

De meeste mensen hebben een tekort aan vitamine D –  de essentiële ‘zonnevitamine’ – niet alleen door te weinig zon, maar soms ook door een beschadigde lever. Extra vitamine D kan helpen als uw waarde voor 25-hydroxyvitamine D (25-(OH)D) onder het optimum van 125-200 nmol/l ligt. Als u depressieve symptomen hebt, vraag uw huisarts dan om een vitamine D-test.

CRP. C-reactieve proteïne of CRP is een graadmeter voor ontstekingsreacties in het lichaam en wordt algemeen getest. In het ideale geval ligt uw CRP-waarde tussen 0,00 en 1,0 mg/l.

Hemoglobine A1c (HbA1c). Deze bloedsuikertest wordt gebruikt voor volwassenen met diabetesverschijnselen. De optimale waarde ligt tussen 4,8 en 5,2 procent, maar bloedarmoede en uitdroging kunnen de testresultaten vertekenen.

Oppeppers

Talloze supplementen kunnen u helpen een depressie aan te pakken en uw antidepressiva langzaam af te bouwen – iets wat overigens zorgvuldig en onder medische begeleiding moet gebeuren! Overleg dus altijd met uw behandelend arts over de voor u aanbevolen dosering. Hieronder staan Brogans favorieten voor een scherpe geest:

Actief vitamine B-complex. Gebruik een preparaat met vitamine B12 in de vorm van methylcobalamine (of hydroxocobalamine of adenosylcobalamine), en liever 5-methyltetrahydrofolaat (5-MTHF) of folaat dan foliumzuur.
Als je via voeding of supplementen meer vitamine B6, folaat en vitamine B12 binnenkrijgt, heb je minder kans op een depressie, bleek uit een onderzoek uit 2010 onder ruim 3500 oudere volwassenen.
Aanbevolen dosering: 50 mg vitamine B-complex per dag; vitamine B12-injecties: een tot vijf keer per week 1 tot 5 mg gedurende twee tot vier weken.

Mineralen. Magnesium, zink, jodium en selenium hebben allemaal een krachtig effect op de stemming.
Aanbevolen dosering per dag: 150-800 mg magnesium in de vorm van magnesiumglycinaat (magnesiumcitraat en -oxiden werken laxerend); 15-30 mg zink; 200 microgram jodium of 3 g kelp (jodiumrijk zeewier); 100-200 microgram selenium als selenomethionine of seleniumglycinaat.

Vetzuren. Vetzuren zijn essentieel voor de functie van het celmembraan, dat elke cel in ons lichaam omhult – waaronder onze zenuwcellen. In visolie en levertraan zitten omega 3-vetzuren, die ontstekingen verminderen en herstelprocessen in de hersenen stimuleren. Teunisbloemolie bevat gammalinoleenzuur (GLA), een omega 6-vetzuur dat ontstekingen remt.
Aanbevolen dosering: 2 g omega 3-vetzuren (of visolie) per dag; tweemaal daags 500 mg teunisbloemolie.

Orgaanconcentraten. Bijnierconcentraten worden gemaakt van bijnierweefsel van zoogdieren en bevatten allerlei enzymen, vitamines, aminozuren en neurotransmitters. Ze worden toegepast bij bijnieruitputting, een conditie uit de alternatieve geneeskunde waarbij de bijnieren te weinig hormonen aanmaken. Brogan adviseert bij depressieve symptomen tweemaal daags een concentraat van zowel de bijnierschors als de gehele bijnier te gebruiken, afkomstig van grasgevoerde dieren. Verder kunt u bij acute angst en rusteloosheid tweemaal daags een tot vier tabletten hypothalamusconcentraat innemen.
Aanbevolen dosering: 100-300 mg per dag.

Spijsverteringsenzymen en betaïne HCL. Deze stoffen ondersteunen de spijsvertering bij enzymtekorten door leefstijl of ouderdom. Gebruik een preparaat met proteases, lipases en amylases (spijsverteringsenzymen die respectievelijk eiwitten, vetten en koolhydraten afbreken).
Aanbevolen dosering: Begin met één capsule betaïne HCL per dag tijdens een maaltijd met alleen eiwitten en bouw op naar drie capsules. Als één capsule u al een gevoel geeft van brandend maagzuur, moet u dit supplement niet gebruiken.